maandag, maart 17, 2014

 

Grote bewegingen in de geschiedenis kunnen bepalend zijn voor persoonlijke keuzes. Het levensverhaal van Paul van Tongeren is hier een sprekend voorbeeld van. Op zondag 9 februari 2014 luisterde een gehoor van ongeveer 40 mensen, onder wie zijn vrouw en kinderen, in het centrum van Initiatives of Change in Den Haag naar zijn verhaal dat een aantal verassende wendingen kent. De middag met Paul van Tongeren vormde dit seizoen de tweede bijeenkomst in een serie van drie waarin het levensverhaal van één persoon centraal staat. IC organiseert elk seizoen een aantal van deze bijeenkomsten.

‘Dit is voor mij het perfecte moment om dit verhaal te mogen vertellen,’ zei hij. ‘Ik ben nu 71. In de zeventig voorgaande jaren zou ik NEE op zo'n uitnodiging hebben gezegd. Zeventig jaar heb ik mij NIET met mijn verleden en jeugd willen bezig houden. Nu wel.’

Als tweejarig jongetje maakt Paul mee hoe de nazi’s op een middag in september 1944 het huis van het gezin Van Tongeren vorderen. Zijn vader wordt meegenomen voor verhoor om vervolgens te worden doodgeschoten. Dezelfde dag wordt zijn moeder met vijf kinderen het huis uit gezet. Hier is het gezin nooit overheen gekomen. ‘Mijn moeder heeft regelmatig in inrichtingen verbleven en ik heb mijn jeugd als zo pijnlijk ervaren, dat ik geleerd heb mijn gevoelens volledig weg te stoppen en mij aan niemand te hechten. Ik heb ook geen enkele herinnering aan de eerste 10 jaar van mijn leven. Wat september ‘44 gebeurde, heeft blijvende impact op het hele gezin gehad.

Achteraf denkt Van Tongeren dat deze gebeurtenis bepalend is geweest voor de roeping die hij voelde om de wereld te verbeteren.  Vanwege deze ervaringen in Nederland binnen zijn familie, richt hij zijn aandacht vooral op de grote wereld buiten Nederland. ‘Mijn survival strategie was me met mijn verstand in veel dingen te interesseren, deze te bestuderen en dan in actie om te zetten: hoe kan je de wereld verbeteren.

Paul gaat politieke wetenschappen en rechten studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij komt al gauw terecht in het gewoel van de jaren ’60: Vietnamprotesten, de provobeweging etc. Hij is student-lid van een universitaire commissie die aanbeveelt dat er een Bureau Buitenland moet komen. Hij mag dit Bureau vervolgens gaan opzetten.

Door zijn betrokkenheid bij de Derde Wereld begint hij zich af te vragen hoe het komt dat arme landen arm zijn en wat we in het Westen kunnen doen om daar verandering in te brengen. Mede onder invloed van econoom Jan Tinbergen raakt hij er van overtuigd dat het niet alleen om hulp zou moeten gaan, maar ook om handel en economische ontwikkeling. Om hier aandacht voor te vragen richt Paul 1968 in Amsterdam met paar andere studenten een landelijke Rietsuikeraktie op.

Zij werken een consumenten-actiemodel uit, dat toen vrij nieuw was. Dat mensen zelf een keuze konden maken wat ze kochten en zo een bijdrage konden leveren aan een betere wereld. We moeten immers die landen in staat stellen rietsuiker naar de EEG te exporteren, terwijl wij onze bietsuiker beschermen en dumpen op de wereldmarkt. Binnen een jaar zijn er meer dan honderd Rietsuikerwerkgroepen, die hier plaatselijk aandacht voor vragen door rietsuikerzakjes uit te delen of de gemeenteraad te vragen ook rietsuiker bij de koffie te doen en kantines en winkels te vragen het te verkopen. Het ‘winkelmodel’ blijkt een goed middel te zijn om bewustwording te kweken. Paul wordt zo één van de mensen die aan de wieg staan van de Wereldwinkels.

Het model slaat aan rond 1970. In paar jaar ontstaan er wel 400 plaatselijke wereldwinkels. Een directeur van Albert Heijn biedt hem een baan aan om daar te komen werken, maar Paul wenst vanuit ideële doelstelling te blijven werken en bedankt.

Begin jaren ’70 wordt hij gevraagd om beleidsmedewerker te worden van de Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie, oftewel de ‘Commissie Claus’. Om de bewustwording van de toestand in de Derde Wereld verder te vergroten, gaat Paul op pad om gemeenten te betrekken bij ontwikkelingssamenwerking. Gemeenten zouden technische assistentie kunnen verlenen of winkels gratis kunnen verhuren aan Wereldwinkels. Hij ontmoet desinteresse bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en hij benadert een aantal burgemeesters die hier wel interesse in hebben. Enkele grote steden zijn bereid met hem hier conferenties over te organiseren, waar tientallen burgemeesters en honderden gemeentelijke vertegenwoordigers op af komen. ‘Als je voor een dichte deur komt te staan, ga dan op zoek naar andere deuren’, is de les die Paul uit deze periode trekt. Begin jaren ’90 gaat de VNG uiteindelijk ook overstag en richt de afdeling VNG International op. Deze afdeling van de VNG is in korte tijd zo gegroeid, dat het de grootste in zijn soort is, wereldwijd, vergeleken met Verenigingen van Gemeenten in andere landen.

Als na het einde van de Koude Oorlog de ene na de andere burgeroorlog uitbreekt, merkt Paul dat in continentaal Europa de kennis over de oorzaken van burgeroorlogen op een laag pitje staat. Hij vindt wat gebeurt in Somalië, Balkan, Rwanda onverdraaglijk. De betrokkenheid is hier vooral activistisch van aard – er zijn geen leerstoelen of kenniscentra op dit gebied. Na een studietoer langs Amerikaanse instituten neemt Paul het initiatief om een centrum voor conflictpreventie op te richten. Het European Centre for Conflict Prevention (ECCP) wordt gevestigd in het centrum van Utrecht. In de loop der jaren worden brengt ECCP veel boeken uit over conflicten in de wereld en wie er aan vrede werkt in die landen. ECCP overlegt met de Universiteit van Utrecht en besloten wordt een leerstoel over Conflictpreventie op te richten.

Als kennisinstelling loopt het ECCP voorop waar het gaat om de benadering van conflictpreventie. Het streven is om mensen uit de praktijk in contact te brengen met academici, ambtenaren en diplomaten. Paul is overtuigd dat het samenbrengen van mensen uit verschillende sectoren veel toevoegt. Dezelfde aanpak ziet hij terug in de internationale conferenties van Initiatives of Change in Caux.

In 2001 brengt de Secretaris-Generaal van de VN, Kofi Annan, een rapport uit over Conflictpreventie. Een van de adviezen is dat er een Conferentie moet komen over wat civil society kan bijdragen aan de oplossing van civil wars. Immers, burgeroorlogen zijn een deels nieuw verschijnsel. Tot voor kort waren de meeste oorlogen tussen staten. Van Tongeren pakt de uitdaging aan en schrijft de VN dat ECCP wel zo'n Conferentie wil organiseren. In een paar jaar tijd worden door ECCP vanuit Utrecht in alle continenten voorbereidende conferenties georganiseerd.

Een internationaal netwerk van al deze vredesgroepen wordt opgericht, een actieprogramma ten aanzien van Conflictpreventie wordt opgesteld en aan de Verenigde Naties in 2005 op een Conferentie bij de VN in New York aangeboden . De VN is een organisatie van regeringen; nog nooit had een NGO van buiten de VN, een conferentie in de VN in New York georganiseerd.

Van Tongeren: ‘Ik wist toen heel diep van binnen: dit is mijn roeping dit is het werk wat ik moet doen. Het gevolg was wel dat ik heel veel reisde, weg was van mijn vrouw Els en het gezin. Daar had ik te weinig tijd voor. Els is in '95 van mij gescheiden, wat een grote schok voor me was.  Het bracht mij wel tot bezinning en ik ging mij andere dingen realiseren. In '99 werd in Den Haag de "Hague Appeal for Peace” georganiseerd en ook een Inner Peace conferentie. Daar nodigde ik Els voor uit. Wij zijn toen vrij snel weer bij elkaar gekomen en in 2000 voor de tweede keer met elkaar getrouwd. Op een conferentie voor gezinnen, georganiseerd door Initiatives of Change, hebben Els en ik hierover verteld. Ook in de Caux-conferenties hebben we veel geleerd over verzoening, en inspirerende verhalen van mensen gehoord die bereid zijn te veranderen.’

In 2013 breekt een nieuwe fase in het leven van Paul van Tongeren aan. Na 50 jaar lang niets met de Tweede Wereldoorlog te maken willen hebben, besluit hij zich in zijn verleden te verdiepen om meer over de familie uit te zoeken voor kinderen en kleinkinderen. ‘De focus was niet meer burgeroorlogen in Afrika, maar wat mij overkwam in de tweede wereldoorlog. Dus toog ik naar het NIOD, Oorlogsdocumentatie, om te speuren naar wat het NIOD aan informatie had over mijn vader en mijn opa, die in '41 was afgevoerd naar Sachsenhausen, omdat hij Grootmeester was van de Vrijmetselaren en daar omkwam. En ik zocht ook naar informatie over mijn tante Jacoba, die een verzetsgroep had geleid.’

In de archieven van het NIOD stuit hij bij 'toeval' op een voetnoot over de ‘ongepubliceerde memoires van Jacoba van Tongeren’, zijn tante. In de archieven van de vrijmetselarij, waar de opa van Paul (de vader van Jacoba van Tongeren) Grootmeester van was geweest, komt een stoffige map met de bewuste memoires naar boven. Wat blijkt? Jacoba had in de Tweede Wereldoorlog een verzetsgroep van 80 tot 100 mensen geleid. Deze zogeheten ‘Groep 2000’ was de enige verzetsgroep met een vrouw aan het roer in Nederland in de oorlog. Dat Jacoba van Tongeren wist hoe ze gezag kon uitoefenen had ze waarschijnlijk mede te danken aan de militaire opvoeding die ze had gekregen van haar vader in Nederlands-Indië. Zij werd de bonnenkoningin genoemd, omdat zij een vest had waarin ze 5.000 voedselbonnen kon vervoeren. Zij had een code ontwikkeld, waardoor alle Groepsleden en onderduikers nooit bij naam werden genoemd, maar allen een nummer hadden, voor naam en adres. Dit was uniek. Zij werd in '44 uitgenodigd voor de top van het verzet.

De memoires hebben zo lang onder het stof gelegen omdat Jacoba wars was van aandacht en publiciteit: de memoires waren niet voor publicatie bestemd. Ook een kort verslag, dat ze in '45 schreef, was niet voor publicatie bedoeld, maar is alleen aangeboden aan koningin Wilhelmina en prins Bernhard in het najaar van ‘45. Het verhaal van zijn tante heeft Paul geïnspireerd tot het schrijven van haar biografie. De biografie wordt later dit jaar uitgebracht.

Van Tongeren besluit: ‘Wat valt mij op als ik terugkijk op mijn leven?

  • Het grote, liefdevolle begrip dat Els altijd heeft gehad dat ik dit moest doen, de wereld verbeteren. Ze heeft me daarin altijd gesteund.
  • Aan deze oorlogservaringen had ik een grote drive overgehouden om de wereld te verbeteren. Ik kon niet anders dan dit doen. Als je dit echt zo voelt: do it ! Je kunt bergen verzetten, je kunt alles, als je het wilt. Meerdere keren werd ik voor gek verklaard: bij de VNG, bij VN dat ik twijfelde of het zou lukken de conferentie te kunnen organiseren, maar het is gelukt.
  • Als je weet dat je het moet doen; als je er geen enkel eigen belang bij hebt, maar het doet voor het algemeen welzijn; als je ziet dat je anderen inspireert en zij jou inspireren en hoop geeft, gebeuren ook wonderen toen ik failliet dreigde te gaan met ECCP, schreef op Pasen een bankier een cheque uit van 150.000 euro; de oprichting van de Leerstoel ging snel als een speer; ik vond bij 'toeval' de Memoires. etc.
  • Zulke wonderen zijn een bevestiging dat je dit moet doen en dat je wordt geholpen.
  • Door deze houding en instelling, heb ik vele keren mijn eigen baan gecreëerd: Bureau Buitenland, Commissie Claus, het gemeentewerk, ECCP. Ik heb bijna nooit gesolliciteerd naar een baan, maar die zelf gecreëerd, omdat ik me tot een voortrekker in een bepaald veld/sector had ontwikkeld.
  • Cruciaal is grote durf, lef, volharding om door te zetten. Ondanks twijfel, doorgaan. Wat natuurlijk ook grote consequenties kan hebben en je kan doen afgaan.’

‘Na deze hele weg over de hele wereld te zijn gegaan, is het prachtig en heel vervullend, de cirkel rond te maken en nu een boek over mijn tante, een onbekende verzetsstrijder te schrijven. Dit is heling voor mij en voor de familie. Op exact de goede tijd. Fantastisch om dit samen met Els te doen. En onze kinderen helpen ook bij het schrijven van dit boek.’

Wie interesse heeft in de biografie over Jacoba van Tongeren wende zich tot Paul van Tongeren via dit formulier of via de contactgegevens op deze site.